Dit overkomt me toch niet, of wel???

 

Ik sta onder de douche en voel een verdikking in mijn linkerborst. Ik denk; ik voel dit niet goed en ga nog een keer voelen. Het blijkt wel te kloppen er zit inderdaad een verdikking. Hoe kan dit? Ik controleer maandelijks mijn borsten d.m.v. zelfonderzoek en heb dat 3 weken geleden nog gedaan en toen niets gevoeld. Ik probeer nuchter te blijven denken en niet in paniek te raken, misschien komt het door mijn menstruatie die eraan zit te komen. Een knobbeltje betekent niet altijd kanker maar ik heb hier toch geen goed gevoel over. Verstand en gevoel zitten niet meer op een lijn. Toch besluit ik om nog een aantal dagen af te wachten misschien gaat het vanzelf weg. Ik neem me voor om niet de hele dag te gaan voelen of het er nog zit maar merk dat me dit niet lukt. Het lijkt wel een verslaving dat voelen, ik kan het niet laten. Na een aantal dagen maak ik toch maar een afspraak bij de huisarts en ga ervan uit dat hij zegt dat het allemaal wel mee zal vallen. Dat valt tegen, hij wil toch dat ik er in het ziekenhuis naar laat kijken. Hij is niet negatief maar wil toch zekerheid. Hij maakt een afspraak voor me en ik kan na 12 dagen terecht. Eenmaal buiten vraag ik me af hoe ik die twaalf dagen door moet komen. De paniek slaat nu toch wel toe, 1 op de 9 vrouwen krijgt borstkanker dat is wel veel. Ik verman mezelf en bedenk dat 8 van de 9 vrouwen het dus niet krijgen. Waarom zou ik hier niet bij horen? Eenmaal thuis bel ik mijn man om te vertellen dat ik toch naar het ziekenhuis moet. Ook hij probeert het positief te benaderen. Zorgen maken kan altijd nog. Dit lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Zo snel als de dagen normaal gaan zo langzaam gaan ze nu. Ondertussen gaat het gewone leven door werk, gezin, sporten, ik doe alles maar kom niet los van dat woord in mijn hoofd KANKER????????????????


Dit overkomt me toch niet, of wel????????


Eindelijk de dag dat ik naar het ziekenhuis moet. Het regent pijpenstelen hopelijk is dat geen voorbode. Gelukkig kan ik naar de mamma-poli waar alle onderzoeken op een dag zijn en ik aan het eind van de dag de uitslag krijg. Terwijl ik zit te wachten kijk ik om me heen en vraag me af of ik alleen vandaag hier zal zitten of dat er nog vele keren zullen volgen. Ik word geroepen en loop samen met mijn man achter de mamma-care verpleegkundige aan en kom terecht in een kamertje. We gaan zitten en wachten op de arts. De minuten lijken uren te duren, eindelijk na 5 minuten komt de arts binnen. Hij vraagt wat er precies aan de hand is en gaat kijken of hij de verdikking ook kan voelen, ook hij voelt het duidelijk. Wat een teleurstelling, ik had gehoopt dat het nu weg zou zijn. Zou ik dan echt borstkanker hebben? Dat kan toch niet. Ik ben veel te jong. Er worden een aantal onderzoeken afgesproken, allemaal achter elkaar. De dag duurt een eeuwigheid.


Om 14.30 zeggen ze tegen me; kunt u om 16.30 terugkomen dan hebben we de uitslagen van alle onderzoeken. Vergis ik me of kijkt de verpleegkundige met medelijdend aan? We gaan even samen de stad in om nog wat dingen te halen voor de vakantie over 3 weken. Iedere keer zeg ik tegen mezelf blijf positief dan komt het goed. Over 3 weken ga je lekker op vakantie. We bestellen een broodje maar krijgen nauwelijks een hap door onze keel. We dwingen onszelf om er iets van te eten. Ik denk steeds als er niets aan de hand was dan hadden ze dat toch wel gezegd? We houden ons groot tegenover elkaar maar ik heb ernstige twijfels over hoe dit zal aflopen.


Weer terug in het ziekenhuis zitten we als enige in de wachtkamer. Het is stil ook wij zeggen niets. Het zal toch wel goed gaan? Kanker, het kan niet. Ik rook niet, drink nauwelijks, eet gezond, beweeg genoeg. Ik kan gewoon geen kanker hebben. We worden geroepen en naar de kamer van de arts gebracht. De verpleegkundige vraagt of we koffie willen en blijft bij ons. We vragen ons af waarom. De minuten duren weer uren en ik zie de gezichten van mijn kinderen voor me en vraag me af wat ik ze ga vertellen als het niet goed is. Ik heb geen idee. Dan komt de chirurg binnen samen met nog 3 andere witte jassen. Waarom zoveel mensen? Ze gaan zitten en de chirurg zegt; ik heb slecht nieuws. Zie je wel, ik wist het maar ik kan het niet geloven en vraag of hij het tegen mij heeft. Mijn eerst gedachte is; ik ga dood. Hoe moet het met mijn kinderen en hoe vertel ik ze dat ik dood ga. Ze zijn te jong om geen moeder meer te hebben. Dit kan echt niet. Ik vraag aan de chirurg hoe slecht is slecht? Wat zijn de  mogelijkheden? Er volgen antwoorden op mijn vragen. Gelukkig ben ik niet alleen want er dringt niets tot me door. Het enige wat ik in mijn hoofd hoor is; ik heb kanker, ik ga dood.


Ik heb geen idee hoe ik thuiskom. Thuis drinken we koffie en gaan wat eten. Iedereen om mij heen huilt maar het lijkt of ik zelf geen tranen heb. Ik ga de dingen doen die ik altijd doe en regel dat er vervanging komt op mijn werk want ik moet morgen weer naar het ziekenhuis. Na een tijdje vertel ik mijn kinderen dat het moeilijk zal worden maar dat ik er alles aan zal doen om beter te worden. ’S nachts doe ik geen oog dicht en zit de halve nacht, samen met mijn man, aan de keukentafel voor me uit te staren. Ik lees wat folders door maar ik begrijp er niets van. Het dringt niet door. Ik hoor alleen maar dat woord; KANKER. Ik heb geen idee hoe het nu verder moet. Het lijkt of er een bom ontploft in mijn leven en ik weet niet hoe ik de brokstukken weer bij elkaar moet krijgen. Ik kijk naar mezelf in de hoofdrol van een slecht B-film. Dit komt nooit meer goed.


De volgende dag heb ik weer een afspraak in het ziekenhuis en probeer inzicht in mijn situatie te krijgen. Er zullen een aantal operaties volgen, bestralingen en chemokuren en aan het eind een behandeling met hormoontabletten. Er wordt verteld dat ik een hoormoongevoelige borstkanker heb en dat is positief nieuws want hoormoongevoelig is beter te behandelen dan hormoonongevoelig. Ik kijk de arts aan en denk positief? Wat is er positief aan kanker. Snapt hij het wel? Ik ga dood. Mijn kinderen hebben straks geen moeder meer.

Er worden afspraken gemaakt voor de behandelingen. Ik vind eigenlijk alles best maar zeg dat ik eerst op vakantie wil omdat dat al is afgesproken en ik de kinderen die vakantie niet wil ontnemen. De chirurg beslist dat die vakantie niet doorgaat omdat de behandeling niet kan wachten. Eigenlijk vind ik het wel prettig dat hij de beslissing neemt want ik weet totaal niet meer wat ik wel of niet moet doen, mijn hoofd zit vol watten. Ik ben het overzicht helemaal kwijt.


De eerste operatie wordt gepland binnen 7 dagen. Weer wachten en ik wil niet wachten, ik wil die kanker zo snel mogelijk uit mijn lijf. Gelukkig valt de eerste operatie fysiek mee. Helaas we moeten weer wachten dit keer op de uitslag. Heb ik wel of geen uitzaaiingen in mijn lymfeklieren. Helaas dit is wel het geval. Weer volgt een operatie en een periode van wachten. Ik wordt langzaam gek en besluit om met mijn gezin 5 dagen op vakantie te gaan. We huren een bungalow ergens in de buurt zodat we indien nodig snel in het ziekenhuis kunnen zijn. In de vakantie worden we benaderd als een gewoon gezin en doen we dingen die een gewoon gezin doet. We zitten lekker op een terras en gaan naar de speeltuin. Even lijkt het of ik niet ziek ben. Wat is dit zalig. Ik ga hier niet meer weg.


Een dag nadat ik ben thuisgekomen moet ik weer naar het ziekenhuis voor uitslagen van onderzoeken. Dit is nog enger dan de onderzoeken zelf. Dan komt er eindelijk goed nieuws. Ik heb geen uitzaaiingen in mijn lever, longen of botten. Ik kan dus weer beter worden. We geloven het niet en vragen 3 keer aan de chirurg of hij het goed heeft. Dit blijkt zo te zijn. We gaan in een jubelstemming naar huis en nemen een doos gebak mee. We realiseren ons heel goed dat de behandeling nog niet klaar is en dat het ook niet makkelijk zal zijn maar er is een behandeling mogelijk. Ik blijf misschien wel leven. Ben ik dan toch bij de diploma uitreiking van mijn kinderen? Wordt ik toch 40? Ik durf het niet te geloven.


De operatie waarin de lymfeklieren worden verwijderd volgt. Na 3 dagen mag ik met drain en al naar huis. Thuis wordt ik steeds zieker. Ik krijg hoge koorts en mijn arm en oksel doen vreselijk veel pijn. Mijn man belt de huisarts en die stuurt ons door naar het ziekenhuis. Ik voel me zo ziek dat het me allemaal niets kan schelen. Ik ga in mijn pyjama en op de pantoffels naar de spoedeisende hulp. Er volgen een paar onderzoeken en ik blijk een abces onder mijn oksel te hebben. Ik wordt  ’s avonds nog geopereerd. Na een aantal dagen antibiotica via het infuus knap ik weer op en mag ik thuis de kuur in tabletvorm afmaken. Langzaam gaat het weer beter.


Na 4 weken beginnen de bestralingen. Ik denk dat valt vast wel mee maar dat valt toch tegen.

Iedere dag met de taxi naar het RISO. Ik voel me een dier dat naar het slachthuis wordt gebracht. Iedere dag weer die bunker in, wat voel ik me eenzaam. Liggend in die bunker besef ik dat ik degene ben die kanker heeft. Ik heb me de afgelopen 2 maand niet zo alleen gevoeld. Iedereen gaat die bunker uit en ik blijf achter. Gelukkig komt ook hier een eind aan en kan ik op naar het volgende deel van mijn behandeling. De chemokuren. Ik stel me voor dat ik misselijk wordt en kaal. Het verlies van mij haar lijkt me vreselijk maar goed alles voor het goede doel. Ik hou mezelf voor dat het verliezen van mijn haar medisch gezien mijn minste probleem is. Ik doe alles om weer beter te worden.


Voordat de kuren beginnen ga ik samen met mijn zus, man en vriendin een haarwerk uitzoeken. Het uitzoeken hiervan lijkt me vreselijk maar het wordt een gezellige ochtend. Ik heb van alles op mijn hoofd, rood haar, lang haar en zelfs grijs haar. Ook mijn zus en vriendin gaan haarwerken passen. We liggen regelmatig dubbel van het lachen. Kanker kan dus ook leuk zijn.


Dan komt het moment dat ik de eerste chemokuur krijg. Het eerste wat me opvalt is dat er een hele nare geur hangt. Ik wordt er misselijk van en ik moet nog beginnen aan de kuur. Dat beloofd nog wat. Dan is het moment daar het infuus wordt ingebracht en ik mijn eerste chemo krijg. Op het moment dat de vloeistof mijn aderen ingaat ben ik helemaal overstuur. Het is nu echt duidelijk, ik heb kanker. Ik wordt kaal en voel me dus niet alleen patiënt ben zie er straks ook zo uit. Gelukkig is mijn man bij me. Eenmaal thuis wacht ik op wat er komen gaat. Na ongeveer 5 uur begin ik te spugen om vervolgens de eerst 24 uur niet meer op te houden. Hoe ziek kan een mens zijn. Na 5 dagen ben ik weer redelijk op de been. Ik denk bij mezelf dit doe ik nooit weer.


Tijdens mijn tweede kuur begint mijn haar uit te vallen. Ik wordt ‘s ochtends wakker en vind plukken haar op mijn kussen. Ik voel me net een hond die in de rui is. Mijn hoofd doet ook pijn. Dit wil ik niet. Ik heb met de kapper afgesproken dat ik bel als ik wil dat mijn haar eraf gaat. Ik wil niet wachten tot ik kale plekken op mijn hoofd krijg. De kapper komt bij mij thuis mijn haar afscheren. Ik kijk eerst even in de spiegel en zie een kaal hoofd, nu heb ik niet alleen kanker ik zie er ook zo uit. De kapper helpt me met het opzetten van mijn haarwerk. Hij knipt het nog iets bij en dan kijk ik naar mezelf in de spiegel. Ben ik dat? Het lijkt nergens op. Mijn man en kinderen zeggen dat het wel meevalt. Ik zal het er mee moeten doen. Het zal wel wennen.

De kinderen gaan vandaag iets later naar school omdat ze er graag bij wilden zijn als de kapper kwam. We brengen ze nu samen naar school en ik ga met ze mee de klas in om te vertellen waarom ze later zijn. We vertellen dat mijn haar eraf is gegaan omdat dat nodig was om beter te worden. Ook vertellen we dat het haar wat ik nu heb nep is. Een pruik dus in kindertaal. Ik vertel de kinderen dat ik die “pruik” thuis niet op heb dus dat ze als ze bij ons spelen mij met een hoofddoek zullen zien. Ze vragen hoe dit eruit ziet. Ik ga even naar de gang en verwissel het haarwerk voor een hoofddoek. Het wordt goed opgevat. Een aantal kinderen vragen of ze aan het haarwerk mogen voelen en dat gebeurd. Vanaf nu ben ik die moeder met dat nep haar. Geen probleem.


Ook aan de chemokuren blijkt een eind te komen en langzaam ga ik me weer beter voelen. We vieren de verjaardag van onze dochter. Ik beleef deze dag heel intens en geniet volop van de kleine dingen. Buiten komen de krokussen uit de grond. Stonden die er vorig jaar ook al? Vast wel alleen was ik me er niet van bewust. Ik merk dat ik meer oog heb voor de kleine dingen in het leven. Zitten er toch nog voordelen aan deze situatie.


Na een behandeling van bijn 2 jaar wil ik weer beginnen met werken maar eerst doe ik de cursus herstel en balans. Ik vind zelf eigenlijk dat ik dit niet nodig heb maar op aanraden van deskundigen doe ik het toch maar. Ik ga 2 dagen per week in groepsverband aan het werk met mijn fysieke en emotionele gesteldheid. Ik vind het heerlijk. 2 dagen per week alleen maar met mijzelf bezig zijn. Alles van de afgelopen 2 jaar komt eruit. Ik merk dat er weer ruimte in mijn hoofd komt voor andere dingen dan kanker. Mijn werk bouw ik onder begeleiding weer heel langzaam op. Ik krijg steeds beter door waar mijn grenzen liggen.


Ik ben nu vijfenhalf jaar verder en heb mijn leven weer helemaal opgepakt. Het is met vallen  en opstaan gegaan. Mijn behandeling zit er helemaal op. Geen controles meer, geen medicijnen meer de behandeling is klaar. Ik moet weer leren vertrouwen op mijn eigen lichaam. Ook dit zal niet vanzelf gaan maar gaat wel lukken dat weet ik zeker. Ik zal niet zeggen dat ik blij ben dat ik kanker heb gehad maar het heeft niet alleen slechte dingen gebracht. Ik kan nu genieten van kleine dingen, grenzen aangeven, kiezen voor mezelf en mijn gezin. Kortom het was een lange, vaak moeilijke weg waardoor mijn leven anders is geworden maar zeker niet slechter.